|
|
|
|
|
|
Waarom homeopathie veel vaker eerste lijn geneeskunde zou moeten zijn
In het onderstaand artikel betoogt Eugène van Grinsven, klassiek homeopaat in Tilburg, waarom er nog veel gedaan moet worden aan de bewustwording van de mogelijkheden van homeopathie.
In onze maatschappij zijn we allemaal opgegroeid met de reguliere geneeskunde. Hebben we pijn dan nemen we een pijnstiller en bij een ontsteking willen we een antibioticum. Ik schat ruwweg dat 80% van de klachten momenteel regulier worden behandeld en 20% met homeopathie. Ik zal proberen duidelijk te maken dat dit misschien wel eens andersom zou moeten zijn. In mijn ogen zou homeopathie veel vaker eerste lijn geneeskunde moeten zijn dan de reguliere geneeskunde.
In de geneeskunde bestaan twee genezende stimuli. Je geeft prikkels die tegengesteld zijn aan een klacht of je geeft prikkels die er juist op lijken. Je hebt pijn en je neemt een pijnstiller of je hebt pijn en je neemt iets dat eigenlijk in lichte mate juist zo'n pijn veroorzaakt. Het zijn twee volstrekt tegengestelde manieren die bij elkaar horen zoals dag en nacht of broer en zus. Ze zijn complementair. Samen bestrijken ze het gehele gebied van de medicinale geneeskunst. Ze liggen in elkaars verlengde zoals de dag overgaat in de nacht.
Het gelijke met het ongelijke genezen heet allopathie. Allo betekent 'het andere'. Je geneest de klachten met 'het andere', met een tegengestelde prikkel. Dit is het grondprincipe van de reguliere geneeskunde. Aan deze manier van genezen zijn we het meest gewend. Het ligt gevoelsmatig ook het meest voor de hand. Als je pijn hebt neem je een pijnstiller, heb je je verbrand ga je onder een koude kraan en lig je 's nachts heel helder en opgewonden wakker in bed met veel gedachten alsof je te laat koffie op hebt, dan neem je iets wat suffer maakt: een slaappil. Het drukt de klacht weg. In de homeopathie gaat alles net andersom als in de allopathie. Hier genees je het gelijke met het gelijkende. Als je ergens pijn hebt zoek je naar een stof die juist zo'n pijn veroorzaakt en dan geef je die aan iemand, weliswaar zéér verdund en geschud. Als je 's nachts helder en opgewonden wakker ligt met veel gedachten, alsof je koffie op hebt, dan geef je iemand dus een klein beetje homeopathische koffie: het middel Coffea. Dit lijkt, zo op het eerste gezicht, een enigszins onlogische manier van genezen. Je hebt al ergens last van en dan geef je iets waar je nog meer dezelfde last van krijgt?!
Toch is het principe waarop de homeopathie is gebaseerd ook in het leven van alledag aanwezig. Je geliefde heeft het net uitgemaakt en je komt iemand tegen die het zelfde heeft meegemaakt. Samen je ellende delen kan je dan enorm helpen. Slachtofferhulpgroepen zijn hier ook op gebaseerd. Allopathische prikkels in het leven van alledag zijn er ook. Denk eens in dat je verdrietig bent en er komt iemand bij je langs die je gaat opbeuren en heel positief doen (hij heeft misschien net een loterij gewonnen) dan zal diegene je mogelijk uit je dal trekken.
Hoe werken nu eigenlijk homeopathische en allopathische prikkels? Uitgangspunt is dat het lichaam op iedere prikkel reageert met een tegengestelde reactie. Zoals ook de wet in de natuurkunde luidt: actie is reactie. Dit is een universele wet. Een mens zoekt altijd homeostase, dit wil zeggen: hij wil altijd terug naar het evenwicht van vóór de prikkel. Het lichaam doet dat middels zijn zelfgenezend vermogen. Iedere prikkel die aan het lichaam gegeven wordt, beantwoordt het lichaam dus met een tegengestelde prikkel. Als we weer uitgaan van diegene die wakker ligt met zo'n 'koffiewakkerheid' dan geef je in de homeopathie Coffea. Oftewel je geeft hem nog een heel klein beetje meer wakkerheid. Het zelfgenezend vermogen in de mens gaat dan terugreageren met verdoving en suffer worden als reactie op die opwekkende prikkel en dat is precies de prikkel die je nodig hebt. Je hebt op deze manier het zelfgenezend vermogen tot een genezende prikkel aangezet. Zo zal iemand die het altijd koud heeft warmbloediger worden als hij iedere ochtend Kneipse begietingen doet met kóud water! De reactie op het koude water is dat het zelfgenezend vermogen gaat reageren met innerlijk te warmen: en dat is precies wat je wil hebben. Een allopathische prikkel bestrijdt de klacht en drukt de klacht weg. Maar het zelfgenezend vermogen reageert ook op deze prikkel tegengesteld. In het geval van pijn reageert het lichaam op de allopathische verdover met alerter en gevoeliger worden. Ook hier geldt: actie is reactie. Daarom moet een allopathische dosis stevig zijn en materieel, hij moet namelijk de bestaande prikkel onderdrukken én de reactie van het zelfgenezend vermogen. Dit is ook de reden waarom je vaak, nadat een pijnstiller is uitgewerkt, juist meer pijn krijgt: het zelfgenezend vermogen reageert met een verhoogde staat van gevoeligheid. Als de pijn dan nog niet over is, als de pijnstiller is uitgewerkt, wordt die versterkt door de verhoogde gevoeligheid.
Nu we dit allemaal weten lijkt de allopathische prikkel een stuk minder logisch. Toch is er een allopathische en een homeopathische prikkel en beiden hebben ze hun waarde. De vraag is dus meer wanneer is de ene nuttig en wanner de andere? Het omslagpunt ligt bij de vitaliteit. Hoe vitaal is iemand? Is er innerlijke kracht waarmee iemands eigen zelfgenezend vermogen het zélf kan oplossen of is die kracht er niet? In de homeopathie maak je gebruik van iemands vitaliteit, want je geeft een prikkel aan iemands zelfgenezend vermogen. Hoe vitaler iemand is, hoe beter de homeopathie werkt. Je ziet dit bijvoorbeeld bij kinderen: veel vitaliteit en veel fantastische resultaten. Het is zeker ook zo dat homeopathie juist iemands vitaliteit opbouwt maar hoe minder vitaliteit er is hoe langzamer het zal gaan en ook hoe voorzichtiger je te werk moet gaan. Heel weinig tot geen vitaliteit is het gebied van de allopathie of een combinatie van beiden. Is er geen vitaliteit meer, dan moet je juist een helpende prikkel geven. Het zelfgenezend vermogen heeft geen vitaliteit meer om in te gaan tegen de infectie, de pijn of de wakkerheid, dus moet er van buitenaf hulp komen.
Kort samengevat zou je kunnen stellen dat een homeopathische prikkel nuttig is als er minstens enige vitaliteit is en deze prikkel werkt dan genezend. De patiënt doet het zelf, lost zelf zijn klachten op. De patiënt wint hierbij aan weerstand en weerbaarheid. Als er nauwelijks of geen vitaliteit is, is de allopathische prikkel nuttig en deze prikkel werkt dan helpend. Het wordt voor de patiënt gedaan
Als we nu weer eens kijken naar mijn beginstelling dat misschien 80% allopathisch wordt behandeld en maar 20% homeopathisch dan zijn er twee redenen aan te voeren voor de stelling dat dat misschien wel eens andersom zou moeten zijn. Ten eerste omdat als er nog vitaliteit is en dat is meestal zo, homeopathie het eerst is aangewezen. Alleen bij hele lage vitaliteit of geen vitaliteit is allopathie aangewezen. Ten tweede omdat vanuit het bovenstaande gezien homeopathie méér eerste lijn gezondheidszorg is dan allopathie: als je klachten hebt en je kunt het zelf niet meer oplossen, dan ligt het meer voor de hand om eerst je zelfgenezend vermogen te stimuleren om weer gezond te worden. Hierna komt de reguliere geneeskunde, die helpend werkt, omdat je het zelf niet meer kunt. In feite zou allopathie vaak pas geïndiceerd zijn in eindprocessen.
Eugène van Grinsven Klassiek homeopaat
terug
|
|
|
|
|
|